In dit bulletin wordt kort aangegeven wat de inhoud is van de consensus-rijkswetten, zoals die nu worden voorgesteld. Later volgt meer uitgebreide informatie.

• Financieel toezicht
Door de landen van het Koninkrijk wordt toezicht gehouden op het opstellen van de begroting voor Curaçao en op de uitvoering daarvan. Dat toezicht is een technisch-financieel toezicht en betreft niet het begrotingsbeleid. Curaçao blijft zelf bepalen waaraan geld wordt besteed. De normen voor het toezicht zijn dezelfde als die in de eigen wetgeving van Curaçao zijn of behoren te worden geregeld.

Als Curaçao haar verplichtingen niet nakomt, kan de Rijksministerraad een aanwijzing geven. Daarover moet eerst met Curaçao worden overlegd en de aanwijzing kan niet iets anders inhouden dan geadviseerd werd door de Commissie financieel toezicht.

Na vijf jaar wordt het financieel toezicht geëvalueerd en kan de koninkrijksministerraad beslissen dat voor Curaçao een of meer verplichtingen uit de wet zullen vervallen.

• Gemeenschappelijk Hof van Justitie
De zaken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie blijven grotendeels geregeld zoals dat ook nu het geval is in de Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba. Het huidige Gemeenschappelijk Hof van Justitie blijft bestaan voor de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten, voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba en voor Aruba. Het Hof is gevestigd in Curaçao en houdt zittingen op de andere eilanden.

Er komen Gerechten in eerste aanleg in Curaçao, in Aruba, in Sint Maarten en in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De kosten van het Hof worden verdeeld over alle eilanden.

• Openbaar ministerie
Curaçao krijgt een eigen Openbaar ministerie (OM), onder de verantwoordelijkheid van de Curaçaose Minister van Justitie. Die landsminister kan aan de PG aanwijzingen geven voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, die getoetst kunnen worden door het Hof met de mogelijkheid van beroep op de Hoge Raad.

Aan het hoofd van de openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba staat een gezamenlijke procureur-generaal (PG). Na vijf jaar wordt geëvalueerd hoe dat in de praktijk functioneert.

De Raad van Ministers van het Koninkrijk kan een aanwijzing geven aan de PG. Die bevoegdheid wordt uitgeoefend door de (Nederlandse) Minister van Justitie namens de koninkrijksministerraad. Een aanwijzing kan uitsluitend worden gegeven in het kader van de waarborgfunctie uit het Statuut (artikel 43) en – behoudens vereiste spoed - na overleg met de regering van het desbetreffende land. De aanwijzing kan worden getoest door het Hof met de mogelijkheid van hoger beroep bij de Hoge Raad. In geval van vereiste spoed kan de aanwijzing mondeling worden gegeven en moet die worden uitgevoerd zonder een oordeel van het Hof af te wachten. Er volgt nog een advies van de Raad van State over dit punt.

Inmiddels is op 26 maart 2009 door de Politieke Stuurgroep, waarin wordt samengewerkt door Nederland, de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, besloten dat de bevoegdheid van de (Nederlandse) minister van Justitie, om namens de Koninkrijksministerraad een aanwijzing te geven aan de PG, geheel wordt geschrapt uit de concept CRW Openbaar ministerie. Daarmee vervalt de gehele derde alinea van de hierboven staande beschrijving.

Ook werd tot een wijziging besloten van de ‘aanwijzingsbevoegdheid’ van de eigen Curaçaose Minister van Justitie. Een bijzondere aanwijzing van de eigen minister aan de PG moet volgens de nieuwe regeling altijd eerst door het Hof worden getoetst aan het recht, voordat de aanwijzing kan worden gegeven.

Verder is nog afgesproken dat in de CRW Openbaar ministerie wordt opgenomen dat er jaarlijks overleg zal worden gevoerd tussen de PG en de ministers van Justitie van de landen over het opsporings- en vervolgingsbeleid. Ook zal tussen die ministers in overleg met de PG het beleid worden afgestemd met betrekking tot de opsporing en vervolging van zware criminaliteit.

• Politie
Curaçao krijgt een eigen politiekorps, net als Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba gezamenlijk. De rijkswet somt alle taken van de politie op, maar die worden in Curaçao uitsluitend uitgevoerd door het eigen politiekorps, onder leiding van een eigen korpschef, die benoemd wordt door en ondergeschikt is aan de Curaçaose overheid. Dat geldt ook voor alle bijzondere of specialistische taken, grensoverschrijdend of niet. De korpschefs van de landen en de Ministers van Justitie van de landen voeren regelmatig overleg.
Voor de samenwerking tussen de korpsen komt er een Gemeenschappelijke voorziening politie van Curaçao, Sint Maarten en Nederland (GVP), met aan het hoofd een directeur. De GVP stelt op basis van jaarplannen aan de afzonderlijke korpsen op verzoek extra personeel, materieel en middelen ter beschikking, naast de eigen voorzieningen van het landelijke korps. Die extra voorzieningen worden uitsluitend ingezet binnen het eigen korps onder leiding van de eigen korpschef.

Er komen wel regels voor onderlinge bijstand tussen de korpsen. Er komt een onderlinge regeling tussen de landen met regels voor de uitrusting van politieambtenaren en de ambtsinstructie voor politieoptreden, zodat die in alle landen van het Koninkrijk hetzelfde zullen zijn. Alle politieambtenaren zullen – onder leiding van de korpschef van het betrokken land – in alle landen bevoegd zijn.

• Raad voor de rechtshandhaving

Er komt een Raad voor de rechtshandhaving. De Raad is een gezamenlijk orgaan van Curaçao, Sint Maarten en Nederland en belast met de algemene inspectie van de politie, het OM en alle strafinstellingen. De leden van de Raad zullen deskundigen zijn, die benoemd worden bij Koninklijk Besluit. De Raad zal onafhankelijk zijn en rapporteert aan de betrokken ministers van de landen. De Raad kan belast worden met de behandeling van klachten.

Daarnaast is vastgesteld dat de Staatsregeling en de basiswetten voor Curaçao ‘in hoge mate’ voldoen aan de gestelde normen. Een paar regelingen zijn nog niet beschikbaar en over een aantal punten wordt nog overleg gevoerd.